ECLI:NL:CRVB:2023:1100, Centrale Raad van Beroep, 27-06-2023, 22/1201 TOZO — CRVB:2023:1100
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de vraag of appellant, die in Nederland werkt als zelfstandig ondernemer en in Duitsland woont, recht heeft op een uitkering voor levensonderhoud op grond van de Tozo 1. Deze uitkering was bedoeld voor zelfstandigen die door de coronacrisis financieel zijn geraakt en werd vanaf maart 2020 voor maximaal drie aaneengesloten kalendermaanden verstrekt. Volgens de Tozo 1 hebben alleen zelfstandigen die in Nederland wonen recht op de uitkering. De vraag is of dit woonplaatsvereiste is toegestaan op grond van het recht van de Europese Unie. De Raad is het eens met de rechtbank dat de Tozo 1-uitkering moet worden aangemerkt als een sociale bijstandsuitkering en daarom niet valt onder de werkingssfeer van Vo 883/2004.2 Appellant kan aan deze verordening dan ook geen recht op export van de Tozo 1-uitkering ontlenen. Ook artikel 49 van het VWEU3 dwingt Nederland niet de Tozo 1-uitkering uit te betalen aan de zelfstandige die woont in een andere lidstaat van de Europese Unie. De afwijzing van de aanvraag van appellant is daarom rechtmatig.
Betrokken advocaten
mr. A.G.B. Bergenhenegouwen
appellant
mr. M. Ovenhof
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2025:731, Centrale Raad van Beroep, 14-05-2025, 23/3498 ZW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:1387, Rechtbank Amsterdam, 06-03-2025, 24/2437 en 24/2449
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:315, Centrale Raad van Beroep, 05-03-2025, 24/712 WAJONG
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:120, Centrale Raad van Beroep, 16-01-2025, 23/621 WLZ
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 juni 2023
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
22/1201 TOZO
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2023:1100