ECLI:NL:CRVB:2023:1827, Centrale Raad van Beroep, 27-09-2023, 21/3239 AW — CRVB:2023:1827
Samenvatting
Na tussenuitspraak. Drie beslissingen, namelijk het niet vergoeden van de eerste fase van een door appellant gevolgde verkeerstherapie, het laten vervallen van onder meer de aanspraak op betaling van bezoldiging, omdat appellant zijn re-integratieverplichtingen niet zou zijn nagekomen en het vervolgens verleende ontslag, dat eveneens is gebaseerd op het niet nakomen van de re-integratieverplichtingen. De Raad is van oordeel dat de minister de eerste fase van de verkeerstherapie ten onrechte niet heeft vergoed. In zoverre slaagt het hoger beroep. De andere twee beslissingen blijven in stand. Proceskostenveroordeling.
Betrokken advocaten
mr. R.M. Koene
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:25992, Rechtbank Den Haag, 18-12-2025, 25-20969
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:3472, Rechtbank Midden-Nederland, 23-07-2025, 541870
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2025:3358, Rechtbank Midden-Nederland, 25-06-2025, C/16/585490 / HL ZA 24-321
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:10118, Rechtbank Den Haag, 05-06-2025, 11589655 \ RP VERZ 25-50164
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Arbeidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 september 2023
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
21/3239 AW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2023:1827