ECLI:NL:CRVB:2023:1934, Centrale Raad van Beroep, 12-10-2023, 22/1482 AW & 22/3360 AW — CRVB:2023:1934
Samenvatting
Appellante is ontslagen wegens een ernstig verstoorde arbeidsrelatie, zonder aanvullende ontslagvergoeding. De rechtbank vindt dat de minister wel een aanvullende ontslagvergoeding had moeten toekennen. Zij vindt dat de verstoorde arbeidsrelatie in overwegende mate aan de minister is te wijten en heeft het aandeel van de minister op 65 - 80% vastgesteld. Zowel appellante als de minister zijn het daarmee niet eens. Appellante vindt dat het aandeel op meer dan 80% moet worden vastgesteld, terwijl de minister vindt dat de verstoorde arbeidsrelatie niet in overwegende mate aan hem is te wijten en een aanvullende ontslaguitkering daarom niet nodig is. De Raad is het eens met de minister. Dit betekent dat de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Aan de beroepsgrond van appellante dat de minister haar volledige proceskosten moet betalen, komt de Raad niet toe.
Betrokken advocaten
mr. A.J.M. Nordsiek
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2022:2498, Rechtbank Amsterdam, 31-03-2022, AMS 19/3094
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:CRVB:2022:444, Centrale Raad van Beroep, 24-02-2022, 20/2609 AW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2021:3777, Rechtbank Den Haag, 16-04-2021, AWB - 19 _ 4044
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2019:2031, Rechtbank Rotterdam, 18-03-2019, AWB - 18 _ 4346
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 oktober 2023
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
22/1482 AW & 22/3360 AW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2023:1934