ECLI:NL:CRVB:2023:2364, Centrale Raad van Beroep, 13-12-2023, 21/2185 WIA — CRVB:2023:2364
Samenvatting
Het Uwv heeft de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant in de zin van de Wet WIA met ingang van 15 juni 2017 vastgesteld op 51,76% en per 15 juni 2019 op 52,49%. Er is geen aanleiding om de rapporten van de deskundige niet te volgen. Uitgaande van de juistheid van de op 22 april 2020 opgestelde, en per 15 juni 2017 en 15 juni 2019 geldende, FML is de Raad van oordeel dat de vier geselecteerde functies geschikt zijn voor appellant. Proceskostenveroordeling UWV.
Betrokken advocaten
mr. J.H. van Riet
appellant
mr. B.M. Voogt
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2025:1845, Centrale Raad van Beroep, 17-12-2025, 21/3850 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1638, Centrale Raad van Beroep, 12-11-2025, 24/2856 WAJONG
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1582, Centrale Raad van Beroep, 22-10-2025, 24/1221 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1038, Centrale Raad van Beroep, 02-07-2025, 24/1897 ZW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
13 december 2023
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
21/2185 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2023:2364