ECLI:NL:CRVB:2023:51, Centrale Raad van Beroep, 11-01-2023, 20/4327 WMO15 — CRVB:2023:51
Samenvatting
Aanvraag voor een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden terecht afgewezen, omdat van de zoon en echtgenoot van appellante mag worden gevergd dat zij huishoudelijke taken als gebruikelijke hulp verrichten. Het college was niet gehouden was om appellante een ligbad te verstrekken. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat er in de in geding zijnde periode geen te compenseren beperkingen zijn in de zelfredzaamheid of participatie, zodat er geen noodzaak is om de gevraagde maatwerkvoorziening aan appellante te verstrekken.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:42, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 08-01-2026, 23/9242 WIA
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1780, Centrale Raad van Beroep, 03-12-2025, 23/3196 WW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:7811, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13-11-2025, 25/1503
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:7990, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29-10-2025, BRE 23/11756 WIA
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 januari 2023
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
20/4327 WMO15
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2023:51