ECLI:NL:CRVB:2023:634, Centrale Raad van Beroep, 31-03-2023, 20 / 2336 PW — CRVB:2023:634
Samenvatting
Intrekking en terugvordering van bijstand. Aan- en verkoop van (leger)voertuigen. Het college stelt zich op het standpunt dat appellant handelsactiviteiten niet heeft gemeld, terwijl hij die wel had moeten melden. Daardoor is volgens het college het recht op bijstand niet vast te stellen. Volgens appellant ging het om een hobby en om vriendendiensten. De Raad komt tot het oordeel dat het wel gaat om op geld waardeerbare activiteiten, maar dat de onderzoeksresultaten niet voor de hele periode voldoende grondslag bieden voor de conclusie dat sprake was van doorlopende handel. Voor een gedeelte van de periode is de bijstand dus ten onrechte ingetrokken en teruggevorderd.
Betrokken advocaten
mr. J.B.L. Krahmer
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:8772, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10-12-2025, BRE 24/7809
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:8775, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10-12-2025, BRE 24/7808
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RVS:2025:5958, Raad van State, 10-12-2025, 202401766/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:6885, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10-10-2025, BRE 25/3658
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Belastingrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2023
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
20 / 2336 PW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2023:634