ECLI:NL:CRVB:2024:1936, Centrale Raad van Beroep, 08-10-2024, 21/2949 PW — CRVB:2024:1936
Samenvatting
Afwijzing verzoek om herziening op grond van 4:6 Awb. Jurisprudentie is geen nieuwe feit of omstandigheid. Niet evident onredelijk. De inhoud van inmiddels tot stand gekomen jurisprudentie is geen nieuw gebleken feit of omstandigheid als bedoeld in artikel 4:6, tweede lid, van de Awb. Het oorspronkelijke besluit is niet onmiskenbaar onjuist. Dat aan het oorspronkelijke besluit een motiveringsgebrek kleeft, betekent niet dat appellant onmiskenbaar recht had op individuele inkomenstoeslag over 2017. Daar is nader onderzoek voor nodig. De evidente onjuistheid van het oorspronkelijke besluit is dus niet onmiskenbaar en kan niet worden betrokken bij de beoordeling van de vraag of de afwijzing van het herzieningsverzoek evident onredelijk is. Beroep op het evenredigheidsbeginsel is niet onderbouwd
Betrokken advocaten
mr. V.H.J.M. van den Heuvel
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2026:290, Rechtbank Limburg, 13-01-2026, ROE 25/3165
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1843, Centrale Raad van Beroep, 17-12-2025, 22/2645 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:11958, Rechtbank Limburg, 04-12-2025, ROE 25/2684
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:11810, Rechtbank Limburg, 01-12-2025, ROE 25/543
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 oktober 2024
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
21/2949 PW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2024:1936