ECLI:NL:CRVB:2024:2162, Centrale Raad van Beroep, 12-11-2024, 23/1083 PW — CRVB:2024:2162
Samenvatting
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand. Medicijnkosten. Voorliggende voorziening. Naam medicijnen niet relevant. Geen zeer dringende redenen. Anders dan uit eerdere rechtspraak volgt, is de Raad nu van oordeel dat het college ook zonder te weten om welke medicijnen het gaat het recht op bijzondere bijstand voor de medicijnkosten kan vaststellen. Voor de kosten van medicijnen is de Zorgverzekeringswet een voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de PW. Het college komt niet toe aan de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand, omdat artikel 15, eerste lid, van de PW aan verlening van bijzondere bijstand in de weg staat. Het college heeft zich dan ook ten onrechte op het standpunt gesteld dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden door niet de naam te geven van de medicijnen waar zijn aanvraag om bijzondere bijstand op ziet. Beroep op zeer dringende redenen slaagt niet.
Betrokken advocaten
mr. S. Wouterson
appellant
mr. S.A.C. Claassen
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2023:390, Centrale Raad van Beroep, 28-02-2023, 20 / 2094 PW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBNHO:2020:3270, Rechtbank Noord-Holland, 23-04-2020, AWB 19-2597 en AWB 19-4735
Rechtbank Noord-Holland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2018:1698, Centrale Raad van Beroep, 05-06-2018, 16/3587 PW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2018:1253, Centrale Raad van Beroep, 24-04-2018, 17/7744 WWB
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 november 2024
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
23/1083 PW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2024:2162