ECLI:NL:CRVB:2024:247, Centrale Raad van Beroep, 30-01-2024, 22/640 PW — CRVB:2024:247
Samenvatting
Maatregel van verlaging bijstand niet goed gemotiveerd. Op het moment dat appellant zijn werkzaamheden heeft beëindigd, had hij geen recht op bijstand, zodat de arbeidsverplichtingen nog niet op hem van toepassing waren. Daarom kan niet worden geconcludeerd dat appellant de verplichting van artikel 18, vierde lid, onder a, van de PW om algemeen geaccepteerde arbeid te behouden, niet is nagekomen. Het nadere standpunt van het college dat de maatregel in stand kan blijven op de grond dat hij tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond, houdt ook geen stand. Het college heeft niet aannemelijk gemaakt dat het benadelingsbedrag meer dan € 2000,- is.
Betrokken advocaten
mr. V.J.M. Janszen
appellant
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2023:1781, Centrale Raad van Beroep, 05-09-2023, 21/1130 PW & 23/184 PW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2023:390, Centrale Raad van Beroep, 28-02-2023, 20 / 2094 PW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBNHO:2022:7881, Rechtbank Noord-Holland, 02-08-2022, 15/071826-22
Rechtbank Noord-Holland · Strafrecht
ECLI:NL:CRVB:2022:1272, Centrale Raad van Beroep, 01-06-2022, 20/4431 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 januari 2024
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
22/640 PW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2024:247