ECLI:NL:CRVB:2025:1096, Centrale Raad van Beroep, 10-07-2025, 20/3177 WIA — CRVB:2025:1096
Samenvatting
Het gaat in deze zaak over de vraag of het Uwv terecht appellante per 11 juli 2019 geen WIA-uitkering heeft toegekend, omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Volgens appellante heeft zij meer (medische) beperkingen dan het Uwv heeft aangenomen. De Raad volgt het oordeel van de door hem ingeschakelde deskundige maar gedeeltelijk en komt tot het oordeel dat het Uwv terecht geen WIA-uitkering heeft toegekend.
Betrokken advocaten
mr. P.A.M. Staal
appellant
mr. G.J. Sjoer
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2025:6683, Rechtbank Midden-Nederland, 10-11-2025, SBR 25/1529
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:6270, Rechtbank Midden-Nederland, 07-11-2025, UTR 25/4433
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1577, Centrale Raad van Beroep, 29-10-2025, 24/1651 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBMNE:2025:5473, Rechtbank Midden-Nederland, 14-10-2025, UTR 25/4600
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 juli 2025
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
20/3177 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2025:1096