Juristi.nl

ECLI:NL:CRVB:2025:1594, Centrale Raad van Beroep, 28-10-2025, 23/1548 PW — CRVB:2025:1594

Samenvatting

Niet-ontvankelijkverklaring beroep. Geen belang. Schade op voorhand onaannemelijk. Afwijzing verzoek om schadevergoeding. Overschrijding redelijke termijn. Zeer gering financieel belang. Belangenafweging. Aansluiting bij rechtspraak Hoge Raad. Vaststaat dat de kosten waarvoor appellant bijzondere bijstand heeft aangevraagd zich ten tijde van de uitspraak van de rechtbank niet meer voordeden. Dat de kosten zich ten tijde van het primaire besluit nog wel voordeden, maakt dat niet anders. Het mislopen van een dwangsom levert ook geen procesbelang op. Dat appellant schade heeft geleden doordat het college geen bijzondere bijstand heeft verleend voor de kosten van griffierecht heeft hij niet geconcretiseerd. Bij gebreke van enig concreet gegeven over mogelijke schade wordt op voorhand onaannemelijk geacht dat appellant als gevolg van het bestreden besluit schade heeft geleden. De Raad sluit zich in beginsel aan bij de rechtspraak van de Hoge Raad, waarin tot uitgangspunt is genomen dat zich een bijzondere omstandigheid voordoet, wanneer het financiële belang bij de procedure minder dan € 1.000,- bedraagt en de redelijke termijn met niet meer dan twaalf maanden is overschreden. In dat geval kan worden volstaan met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. Indien sprake is van een zeer gering financieel belang en de redelijke termijn met meer dan twaalf maanden is overschreden, dient een belangenafweging plaats te vinden. In deze zaak is sprake van een zeer gering financieel belang en kan, na afweging van alle daartoe in aanmerking te nemen belangen en omstandigheden, worden volstaan met de constatering dat de redelijke termijn met twee jaar en iets meer dan elf maanden is overschreden. Zwaarder weegt in dit geval dat appellant slechts heeft (door)geprocedeerd om een dwangsom te verkrijgen, terwijl de procedure over de aanvraag voor de kosten van een postmaster-opleiding al in 2021 is geëindigd.

Betrokken advocaten

mr. K.A. Faber

appellant

Advocatenkantoor faber, HEERENVEEN

mr. V. Djordjevic

appellant

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

28 oktober 2025

Zaaknummer

23/1548 PW

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:CRVB:2025:1594

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Centrale Raad onbevoegd: hoger beroep na verzet niet toegestaan
Centrale Raad van Beroep·1 april 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Turkse man krijgt WGA- in plaats van IVA-uitkering: beperkingen niet duurzaam
Centrale Raad van Beroep·26 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Raad bevestigt 45% arbeidsongeschiktheid nekklachtenman
Centrale Raad van Beroep·26 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Rechter bevestigt: vrouw krijgt geen WIA-uitkering wegens te lage arbeidsongeschiktheid
Centrale Raad van Beroep·26 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Raad verwerpt schadeclaim man na nabetaling WAO-uitkering
Centrale Raad van Beroep·26 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht