ECLI:NL:CRVB:2025:1759, Centrale Raad van Beroep, 28-11-2025, 24/2446 WSFBSF — CRVB:2025:1759
Samenvatting
Appellante heeft inkomen ontvangen uit een pgb omdat zij zorgde voor een familielid. Dat heeft geleid tot een vordering wegens meerinkomen. Deze blijft in stand. Volgens vaste rechtspraak heeft de vaststelling dat sprake is van meerinkomen geen invloed op het recht op studiefinanciering maar leidt dit tot een zelfstandige vordering op de studerende. Het gegeven dat bij besluit van 6 januari 2021 de prestatiebeurs van appellante is omgezet in een gift, staat aan het nadien opleggen van een vordering wegens meerinkomen niet in de weg. De wijze waarop het inkomen uit pgb is besteed, is niet relevant.
Betrokken advocaten
mr. G.J.M. Naber
appellant
mr. M.J. Smaling
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2026:7, Centrale Raad van Beroep, 08-01-2026, 23/3046 WSF
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:14165, Rechtbank Rotterdam, 08-12-2025, 23/4218
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1735, Centrale Raad van Beroep, 27-11-2025, 24/2558 WSF
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1736, Centrale Raad van Beroep, 27-11-2025, 24/2359 WSFBSF
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 november 2025
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
24/2446 WSFBSF
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2025:1759