ECLI:NL:CRVB:2025:1817, Centrale Raad van Beroep, 11-12-2025, 23/2663 AOW — CRVB:2025:1817
Samenvatting
Appellant krijgt een lagere AOW-uitkering uitbetaald, omdat de Svb een bedrag inhoudt als gevolg van een derdenbeslag. Appellant is het daar niet mee eens en vindt dat de gemeente te veel onroerendezaakbelasting heeft geheven en dat het incassobureau niet bevoegd was tot beslaglegging. De Svb had daarom geen uitvoering mogen geven aan het derdenbeslag. Net als de rechtbank, oordeelt de Raad dat de Svb binnen de grenzen van het beslag is gebleven. De rechtmatigheid van het beslag moet appellant bij de civiele rechter aanvechten. De Raad is het ook niet met appellant eens dat de rechtbank zijn verzoek tot uitstel van de zitting had moeten honoreren. Ten slotte is de uitspraak van de rechtbank, anders dan appellant stelt, niet nietig vanwege termijnoverschrijding.
Betrokken advocaten
mr. M.F. Sturmans
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2026:112, Centrale Raad van Beroep, 15-01-2026, 25/606 AOW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:9670, Rechtbank Amsterdam, 10-12-2025, 25/2377
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:6723, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 07-10-2025, BRE 25/1835
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1425, Centrale Raad van Beroep, 25-09-2025, 24/2312 ANW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 december 2025
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
23/2663 AOW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2025:1817