ECLI:NL:CRVB:2025:1899, Centrale Raad van Beroep, 16-12-2025, 23/2538 PW — CRVB:2025:1899
Samenvatting
Intrekking en terugvordering van bijstand. Gezamenlijke huishouding. Hoofdverblijf. Geen wederzijdse zorg. Zelf voorzien. Niet in geschil is dat X in periode 2 voor appellant heeft gezorgd. De onderzoeksbevindingen maken echter niet aannemelijk dat appellant in die periode zorg van enige omvang en gewicht verleende aan X. De verklaringen van appellant en X zijn onvoldoende concreet en specifiek over de verleende zorg van appellant aan X. Dat X heeft verklaard dat zij vanaf januari 2021 een kamer in de woning van appellant mocht gebruiken, is onvoldoende om te kunnen concluderen dat appellant vanaf dat moment zorg van enige omvang en gewicht verleende aan X. Dit betekent dat het college niet aannemelijk heeft gemaakt dat tussen appellant en X sprake was van wederzijdse zorg.
Betrokken advocaten
mr. S.S. Hyder
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2026:525, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 29-01-2026, 02-262334-25
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBZWB:2026:282, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-01-2026, 25-5305
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1060, Rechtbank Den Haag, 22-01-2026, NL25.45088
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:874, Rechtbank Den Haag, 20-01-2026, NL25.36947
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
16 december 2025
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
23/2538 PW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2025:1899