ECLI:NL:CRVB:2025:1904, Centrale Raad van Beroep, 18-12-2025, 23/2961 WSF — CRVB:2025:1904
Samenvatting
Het gaat in deze zaak om de vraag of de minister aan appellant schadevergoeding moet toekennen voor de periode dat hij niet beschikte over het reisrecht (augustus tot en met december 2021). Volgens de Raad moet de minister aan appellant een forfaitaire vergoeding betalen. Toewijzing verzoek tot schadevergoeding. De Raad zal de minister veroordelen tot vergoeding van schade aan appellant tot een bedrag van € 497,90. Het verzoek om de minister te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de te betalen schadevergoeding wordt toegewezen. Voor de berekening daarvan wordt verwezen naar artikel 4:102 van de Awb.
Betrokken advocaten
mr. H. Bouhuys
appellant
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:9060, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-12-2025, 24/6676
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:9064, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-12-2025, 25/2703
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:9062, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 17-12-2025, 25/1484
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBLIM:2025:12197, Rechtbank Limburg, 10-12-2025, ROE 24/4489
Rechtbank Limburg · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 december 2025
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
23/2961 WSF
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2025:1904