ECLI:NL:CRVB:2025:214, Centrale Raad van Beroep, 21-01-2025, 22/3929 WWB — CRVB:2025:214
Samenvatting
Procesbelang bij vermogensvaststelling met terugwerkende kracht. Beroep op aantasting in eer en goede naam. Anders dan het college neemt de Raad wel procesbelang aan voor zover appellanten stellen dat zij schade hebben geleden door een aantasting in eer en goede naam. De vraag of appellanten schade hebben geleden door de besluitvorming van het college valt in dit geval zozeer samen met een inhoudelijke beoordeling daarvan, dat op voorhand niet kan worden gezegd dat appellanten daar geen procesbelang bij hebben. Niet is gesteld of gebleken dat het bestreden besluit berust op een onjuiste feitelijke grondslag, een motiveringsgebrek heeft of een onzorgvuldige voorbereiding, dan wel dat het besluit anderszins in strijd is met enige geschreven of ongeschreven rechtsregel op algemeen rechtsbeginsel. Voor het overige hebben appellanten geen procesbelang, omdat de definitieve vermogensvaststelling in het bestreden besluit geen invloed heeft gehad op de aan appellanten verleende bijstand.
Betrokken advocaten
mr. J.M.W.M. Peerboom
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBLIM:2026:273, Rechtbank Limburg, 21-01-2026, 11810790/CV/25-3281
Rechtbank Limburg · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:CRVB:2026:24, Centrale Raad van Beroep, 08-01-2026, 25/400 WAJONG
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1456, Centrale Raad van Beroep, 01-10-2025, 24/1557 WIA
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1453, Centrale Raad van Beroep, 01-10-2025, 24/1558 WW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
21 januari 2025
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
22/3929 WWB
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2025:214