ECLI:NL:CRVB:2025:903, Centrale Raad van Beroep, 03-06-2025, 23/3455 PW — CRVB:2025:903
Samenvatting
Intrekking. Vermogen. Woning. Beschikkingsmacht. Nader besluit. Geen toepassing art. 50 PW. Appellant had als mede-eigenaar van de woning mede de beschikkingsmacht over de woning. Dat appellant niet financieel heeft bijgedragen maakt dat niet anders. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in deze beschikkingsmacht was beperkt en dat hij zijn aandeel in de woning niet kon verkopen. De beroepsgrond dat de waarde van de woning veel lager is dan de waarde in het economische verkeer omdat de woning in bewoonde/verhuurde staat verkocht moet worden, slaagt niet. In art. 34 lid 1 onder a PW is ondubbelzinnig bepaald dat de waarde van de bezittingen wordt vastgesteld op de waarde in het economische verkeer bij vrije oplevering. Het college heeft zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat art. 50 lid 1 PW in het geval van appellant toepassing mist. Vaststaat en tussen partijen is niet in geschil dat appellant niet woonde in de woning waarvan hij het mede-eigendom heeft. Ook staat vast dat appellant een alleenstaande is. Aan de toepassingsvoorwaarden van voornoemde bepaling wordt in een dergelijke situatie niet voldaan.
Betrokken advocaten
mr. C.J. Telting
appellant
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:3055, Gerechtshof Amsterdam, 11-11-2025, 200.332.348/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2025:1772, Gerechtshof Amsterdam, 08-07-2025, 200.349.328/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2025:821, Gerechtshof Amsterdam, 08-04-2025, 200.339.781
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2024:2560, Gerechtshof Amsterdam, 10-09-2024, 200.321.442/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
3 juni 2025
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
23/3455 PW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2025:903