ECLI:NL:CRVB:2026:222, Centrale Raad van Beroep, 26-02-2026, 24/2456 WAD — CRVB:2026:222
Samenvatting
In deze zaak oordeelt de Raad dat er geen aanleiding is voor een doorbreking van het appelverbod. De Raad is daarom onbevoegd om kennis te nemen van het incidenteel hoger beroep van de minister, voor zover dit is gericht tegen de uitspraak op het verzet. De proceskostenveroordeling voor de verzet-procedure blijft in stand. Verder is de Raad van oordeel dat de rechtbank het verzoek om een proceskostenveroordeling in verband met de intrekking van het beroep ten onrechte heeft afgewezen.
Betrokken advocaten
mr. F. van de Nadort
appellant
mr. C.E. Lamberti
appellant
mr. A.J. de Haan
appellant
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:19566, Rechtbank Den Haag, 21-10-2025, 11788272 \ RP VERZ 25-50516
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:7794, Rechtbank Den Haag, 14-04-2025, 24/7657
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:389, Centrale Raad van Beroep, 27-02-2025, 23/3322 WAD
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:927, Rechtbank Den Haag, 23-01-2025, 24_10036
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 februari 2026
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
24/2456 WAD
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:222