ECLI:NL:CRVB:2026:293, Centrale Raad van Beroep, 10-03-2026, 23/2537 PW — CRVB:2026:293
Samenvatting
Afwijzing aanvraag. Bijzondere bijstand voor verhuiskosten. Geen noodzakelijke kosten. Schadevergoeding redelijke termijn. Er bestaat geen grondslag voor het aannemen van een vooronderstelling over de noodzakelijkheid van een verhuizing zoals appellante voorstaat. Het enkele feit dat de meeste mensen in hun leven wel een paar keer verhuizen en dat kosten van een verhuizing behoren tot de incidenteel algemeen noodzakelijke bestaanskosten, maakt nog niet dat een verhuizing en de daarmee gepaard gaande kosten steeds noodzakelijk zijn, in de zin van onvermijdbaar, en dat de noodzakelijkheid van het maken van die kosten geen afzonderlijke beoordeling behoeft in het kader van een aanvraag om bijzondere bijstand. Appellante heeft het standpunt van het college dat zij de noodzakelijkheid van de verhuizing niet aannemelijk heeft gemaakt, verder inhoudelijk niet weersproken. Het college heeft de aanvraag om bijzondere bijstand dan ook alleen al op deze grond terecht afgewezen.
Betrokken advocaten
mr. K. Bergacker
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2026:314, Centrale Raad van Beroep, 10-03-2026, 23/2254 PW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2026:303, Centrale Raad van Beroep, 10-03-2026, 25/2358 PW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2026:312, Centrale Raad van Beroep, 10-03-2026, 23/2256 PW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2026:269, Centrale Raad van Beroep, 03-03-2026, 24/2251 PW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 maart 2026
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
23/2537 PW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:293