Juristi.nl

ECLI:NL:CRVB:2026:308, Centrale Raad van Beroep, 12-03-2026, 24/1845 JW — CRVB:2026:308

Samenvatting

Hoger beroep niet-ontvankelijk. Geen Procesbelang. Het geschil betreft de beoordeling van een reeds verstreken periode. Desgevraagd heeft gemachtigde van appellant ter zitting betoogd dat het procesbelang is gelegen in de omstandigheid dat appellant schade heeft geleden doordat zijn moeder aan hem jeugdhulp heeft verleend en hiervoor geen vergoeding heeft gekregen. Naar het oordeel van de Raad is niet gebleken dat appellant kosten heeft gemaakt, dan wel dat een betalingsverplichting voor hem is ontstaan vanwege aan hem geleverde extra ondersteuning in de hier voorliggende verstreken periode. Namens appellant is meegedeeld dat er geen facturen zijn ten aanzien van dergelijke uren en niet is gebleken dat er op dit punt een concrete vordering ligt. Gelet op deze omstandigheden acht de Raad het op voorhand onaannemelijk dat appellant schade heeft geleden.

Betrokken advocaten

mr. R.M. Noorlander

appellant

Noorlander Advocatuur, ZUTPHEN

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

12 maart 2026

Zaaknummer

24/1845 JW

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:CRVB:2026:308

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Centrale Raad onbevoegd: hoger beroep na verzet niet toegestaan
Centrale Raad van Beroep·1 apr 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
CRVB:2026:357
Centrale Raad van Beroep·26 mrt 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
CRVB:2026:354
Centrale Raad van Beroep·26 mrt 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht