ECLI:NL:CRVB:2026:336, Centrale Raad van Beroep, 19-03-2026, 23/398 AW — CRVB:2026:336
Samenvatting
Op basis van het rapport van een door de Raad ingeschakelde deskundige oordeelt de Raad dat het appellante, gelet op haar psychische gezondheidstoestand, niet redelijkerwijs kan worden verweten dat zij geen WIA-uitkering heeft aangevraagd. Voor het treffen van rechtspositionele maatregelen in verband met het niet aanvragen van een WIA-uitkering was dan ook geen grondslag. Wel is terecht overgegaan tot een impasseontslag omdat voortzetting van het dienstverband in redelijkheid niet meer gevergd kon worden.
Betrokken advocaten
mr. P.R.M. Berends-Schellens
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Raad van State wijst herzieningsverzoek af wegens ontbreken nieuwe feiten
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:CRVB:2026:340, Centrale Raad van Beroep, 19-03-2026, 25/1453 RM
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:CRVB:2026:330, Centrale Raad van Beroep, 19-03-2026, 23/3100 WAD
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
ECLI:NL:CRVB:2026:333, Centrale Raad van Beroep, 19-03-2026, 23/3264 AW
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
19 maart 2026
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; AmbtenarenrechtZaaknummer
23/398 AW
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:336