Rechter bevestigt weigering WIA-uitkering: minder dan 35% arbeidsongeschikt — CRVB:2026:365
WIA-uitkering / arbeidsongeschiktheidsbeoordeling
Eiser / verzoeker
Appellante (vrouw met psychische en fysieke klachten)
Verweerder / gedaagde
Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV)
Het hoger beroep is ongegrond verklaard; de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is (vastgesteld op 21,85%).
- Het UWV heeft voldoende zorgvuldig onderzoek gedaan; aanvullende medische informatie hoefde niet te worden opgevraagd omdat de behandeling bij Max Ernst GGZ niet was voortgezet.
- De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de belastbaarheid correct vastgesteld op 21,85% arbeidsongeschiktheid, ruim onder de WIA-drempel van 35%.
- De callcenterfunctie overschrijdt de belastbaarheid niet: thuiswerken of gebruik van oortjes/headset dempt auditieve prikkels voldoende.
- De beperking voor staan (maximaal vier uur per dag) staat de postbezorgingsfunctie niet in de weg, omdat die functie binnen die grens blijft.
- De nieuw in hoger beroep overgelegde medische informatie leidt niet tot een ander oordeel over de belastbaarheid op de datum in geding.
Samenvatting
Een vrouw die zich in september 2021 ziekmeldde met psychische en fysieke klachten, krijgt geen WIA-uitkering. Zowel het UWV als de rechtbank als nu de Centrale Raad van Beroep oordelen dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarmee niet in aanmerking komt voor een uitkering.
De vrouw werkte voorheen als algemeen medewerker voor bijna 39 uur per week. Na haar ziekmelding — vanwege onder meer angstklachten, somberheidsklachten en knieproblemen — diende zij een WIA-aanvraag in. Het UWV liet haar onderzoeken door een arts en een arbeidsdeskundige. Dat onderzoek leidde tot een zogeheten Functionele Mogelijkhedenlijst, een document waarop staat welke beperkingen iemand heeft bij het verrichten van werk. Op basis daarvan concludeerde het UWV dat de vrouw weliswaar niet meer in haar oude baan terug kon, maar dat zij nog steeds geschikt was voor andere functies en slechts voor 21,85 procent arbeidsongeschikt was. Dat is ruim onder de grens van 35 procent die geldt voor een WIA-uitkering.
De vrouw was het hier niet mee eens en tekende bezwaar aan, daarna beroep bij de rechtbank en uiteindelijk hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Haar belangrijkste bezwaar: het UWV had onvoldoende rekening gehouden met haar psychische beperkingen en had aanvullende medische informatie moeten opvragen bij haar behandelaren. Ze wees erop dat ze al jarenlang last had van terugkerende depressies en PTSS, dat een langdurige behandeling werd verwacht, en dat haar klachten eerder erger werden dan beter.
Ook voerde ze aan dat de door het UWV geselecteerde functies niet bij haar passen. Zo zou de functie van telefonist of medewerker callcenter haar belastbaarheid overschrijden, omdat ze geen visuele of auditieve hectiek aankan. En de functie van postbezorger zou niet passen omdat ze niet lang kan staan. In hoger beroep legde ze ook nieuwe stukken over: een brief van een GZ-psycholoog, een behandelplan van een GGZ-instelling en een besluit op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning.
De Centrale Raad van Beroep volgt de vrouw niet in haar bezwaren. Het onderzoek van het UWV was voldoende zorgvuldig. De verzekeringsarts had weliswaar geprobeerd informatie op te vragen bij Max Ernst GGZ, maar de behandelaren daar lieten weten dat de vrouw na de intakegesprekken de behandeling niet had willen voortzetten en ze daarom geen vragen konden beantwoorden. Het beeld dat de arts had van haar situatie — gebaseerd op gesprekken, medicatiegebruik en overbruggingsgesprekken bij de praktijkondersteuner van de huisarts — was voldoende voor een zorgvuldige beoordeling.
Over de geselecteerde functies oordeelt de Raad eveneens dat die passend zijn. De beperking voor auditieve hectiek betekent niet dat de vrouw helemaal geen auditieve prikkels aankan. Bij de callcenterfunctie kan ze thuiswerken of gebruikmaken van oortjes die omgevingsgeluid dempen. Voor de postbezorgingsfunctie geldt dat de belasting voor staan binnen haar vastgestelde belastbaarheid valt: ze mag zo nodig ongeveer vier uur per dag staan, en de functie vereist niet meer.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee de eerdere uitspraken: het UWV heeft de WIA-uitkering terecht geweigerd en het hoger beroep van de vrouw wordt ongegrond verklaard.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2026:444, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 27-01-2026, 200.357.288/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHDHA:2026:18, Gerechtshof Den Haag, 20-01-2026, 200.344.657/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2026:743, Rechtbank Gelderland, 16-01-2026, 11815847
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBMNE:2026:94, Rechtbank Midden-Nederland, 08-01-2026, UTR 24/7933
Rechtbank Midden-Nederland · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 april 2026
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
25/864 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:365