Rechter kent vrouw alsnog IVA-uitkering toe na jarenlange WIA-strijd — CRVB:2026:377
WIA / arbeidsongeschiktheidsbeoordeling / borderline persoonlijkheidsstoornis
Eiser / verzoeker
Appellante (voormalig bartender)
Verweerder / gedaagde
Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV)
Appellante krijgt alsnog een IVA-uitkering toegekend met ingang van 21 juni 2020.
- Onafhankelijke psychiater Tilanus stelde borderline persoonlijkheidsstoornis vast met aanzienlijke beperkingen, in tegenstelling tot eerdere UWV-conclusie dat er geen ziekte of gebrek was.
- De eis van begeleiding door een vaste leidinggevende met kennis van appellantes problematiek komt onvoldoende tot uitdrukking in de nieuwe FML van het UWV van 24 juni 2025.
- De Raad volgt de deskundige niet op het punt van extra beperkingen door psychosociale omstandigheden rond de datum in geding, bij gebrek aan voldoende onderbouwing.
- De Centrale Raad voorziet zelf in de zaak en kent appellante een IVA-uitkering toe met ingang van 21 juni 2020, zonder de zaak terug te verwijzen naar het UWV.
Samenvatting
Een vrouw die jarenlang vocht voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering, krijgt alsnog gelijk van de Centrale Raad van Beroep. Het UWV had haar in 2020 geen WIA-uitkering toegekend omdat zij volgens het instituut minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De vrouw, voormalig bartender, had zich in 2018 ziekgemeld met psychische klachten.
Het UWV stelde in de bezwaarfase, na een externe expertise, plotseling dat er bij de vrouw helemaal geen sprake was van een ziekte of gebrek. Dat terwijl dezelfde organisatie haar bij eerdere beoordelingen — onder andere in het kader van de Wajong en de Ziektewet — wél een borderline persoonlijkheidsstoornis had toegeschreven. De rechtbank in Zeeland-West-Brabant vond die ommezwaai in 2022 acceptabel en verklaarde haar beroep ongegrond.
In hoger beroep twijfelde de Centrale Raad van Beroep aan de juistheid van die medische beoordeling, onder meer vanwege de opmerkelijke koerswijziging van het UWV. De Raad benoemde daarom een onafhankelijke psychiater, J.J.D. Tilanus, als deskundige. Die concludeerde na onderzoek dat de vrouw wel degelijk lijdt aan een borderline persoonlijkheidsstoornis. Volgens Tilanus leidt die stoornis tot ernstige beperkingen, met name op het gebied van emotionele belasting, het omgaan met conflicten en het aangaan van sociale contacten. Ook is zij gevoeliger voor prikkels, minder bestand tegen drukte en heeft zij moeite met onoverzichtelijke omgevingen. De deskundige benadrukte dat zij is aangewezen op begeleiding door een vaste leidinggevende met kennis van haar problematiek.
Het UWV nam de diagnose over, maar stelde een nieuwe Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op waarbij de vrouw volgens het instituut nog steeds minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Appellante betwistte dat de beperkingen correct waren vertaald. Een verzekeringsarts die zij zelf inschakelde, concludeerde dat meerdere aspecten in de FML niet juist waren ingevuld — waaronder de noodzaak van intensieve begeleiding door een leidinggevende met begrip voor haar aandoening.
De Centrale Raad gaf appellante op dat punt gelijk. Vooral de begeleidingsnoodzaak — een vaste, laagdrempelig coachende leidinggevende die begrip en kennis heeft van haar problematiek — komt onvoldoende tot uitdrukking in de FML die het UWV opstelde. Dat is een cruciaal gegeven, want die eis legt een dermate zware beperking op dat vrijwel geen reguliere functie daarvoor in aanmerking komt. De Raad volgde de deskundige op het punt van extra beperkingen rond de datum in geding niet volledig: de gestelde verslechtering vanwege psychosociale problemen — zoals huiselijk geweld — was onvoldoende onderbouwd, mede omdat de vrouw vlak voor de beoordelingsdatum zelf had aangegeven dat het thuis goed ging.
Omdat de juiste beperkingen niet kunnen leiden tot een andere conclusie dan volledige arbeidsongeschiktheid, zag de Raad geen reden de zaak terug te sturen naar het UWV. In plaats daarvan deed de Raad de zaak zelf af: de vrouw heeft recht op een IVA-uitkering — de uitkering voor mensen die duurzaam en volledig arbeidsongeschikt zijn — met ingang van 21 juni 2020.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:9224, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 23-12-2025, BRE 25/1093
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:8590, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 03-12-2025, 24/7444
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:8113, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 20-11-2025, BRE 24/5751 PW
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBZWB:2025:8231, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18-11-2025, 24/7050
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 april 2026
Instantie
Centrale Raad van BeroepRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
22/1029 WIA
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:CRVB:2026:377