ECLI:NL:GHAMS:2016:791, Gerechtshof Amsterdam, 23-02-2016, 200.183.187 — GHAMS:2016:791
Samenvatting
Wgbz, griffierecht. Een verdelingskwestie wordt in hoger beroep niet, zoals bij de rechtbank, behandeld als nevenverzoek bij het verzoekschrift tot echtscheiding, maar als een procedure op grond van het bepaalde in Boek 3 BW, zodat de hoogte van het griffierecht afhankelijk is van het beloop van de vordering of het verzoek waarover in eerste aanleg is geprocedeerd. Verzoeker wenst niet slechts een woning toebedeeld te krijgen, maar een woning die is belast met een hypothecaire geldlening. De schuld die voortvloeit uit de geldlening overtreft de waarde van de woning. Bij het bepalen van het beloop van de vordering dient daarom met deze geldlening rekening te worden gehouden, in die zin dat in zoverre per saldo geen positief vermogensbelang aanwezig is.
Betrokken advocaten
mr. E.M.T. van Ruitenbeek-de Bekker
verzoeker
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2020:15483, Rechtbank Den Haag, 10-12-2020, C/09/568457 / FA RK 19-1219
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHDHA:2020:463, Gerechtshof Den Haag, 04-03-2020, 200.256.676/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBDHA:2019:8757, Rechtbank Den Haag, 08-08-2019, C/09/571834 / FA RK 19-2829
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBDHA:2019:1192, Rechtbank Den Haag, 07-02-2019, C/09/541216 / FA RK 17-7861
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 februari 2016
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel Recht; Burgerlijk ProcesrechtZaaknummer
200.183.187
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2016:791