ECLI:NL:GHAMS:2016:793, Gerechtshof Amsterdam, 09-02-2016, 200.183.252 — GHAMS:2016:793
Samenvatting
Wgbz, griffierecht. Uitgangspunt van de wet is dat een rechtzoekende die onvermogend is, zoals verzoeker sub 1 stelt te zijn, bij het aanbrengen van de zaak verlaging van het griffierecht moet vragen en de daartoe vereiste (onder 4.2. genoemde) stukken dient over te leggen. In dit geval is bij het aanbrengen van de zaak op het H1 formulier echter vermeld dat een toevoeging niet van toepassing was en ook anderszins is bij het aanbrengen van de zaak niet medegedeeld dat bij het heffen van griffierecht rekening gehouden zou moeten worden met een toevoeging. Bovendien was de toevoeging bij het aanbrengen van de zaak al in het bezit van verzoekers was en zijn er geen omstandigheden gesteld waarom zij deze toevoeging niet eerder konden overleggen dan zij hebben gedaan.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2023:406, Gerechtshof Amsterdam, 21-02-2023, 200.313.236/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2017:4061, Gerechtshof Amsterdam, 03-10-2017, 200.208.052/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2016:2898, Gerechtshof Amsterdam, 19-07-2016, 200.190.819/01 NOT
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2016:1087, Gerechtshof Amsterdam, 22-03-2016, 200.175.290/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
9 februari 2016
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel Recht; Burgerlijk ProcesrechtZaaknummer
200.183.252
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2016:793