ECLI:NL:GHAMS:2018:3491, Gerechtshof Amsterdam, 25-09-2018, 200.199.526/01 — GHAMS:2018:3491
Samenvatting
Verzekeringsrecht. De appellante heeft een overlijdensrisicoverzekering afgesloten, met haar echtgenoot als verzekerde, die vervolgens binnen twee jaar na ingang van de verzekering een eind aan zijn leven heeft gemaakt. Volgens de polisvoorwaarden wordt in zo’n geval geen dekking verleend, tenzij “kan worden aangetoond dat de verzekerde handelde in een vlaag van acute waanzin (bijvoorbeeld ijlkoorts of razernij)”. Geen grond om dit uit te leggen als “verminderde wilsbekwaamheid”. De eerste rechter heeft terecht geoordeeld dat de verzekeraar geen dekking hoeft te verlenen.
Betrokken advocaten
mr. B.W.G. van der Velden te Amsterdam
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2023:1852, Gerechtshof Den Haag, 26-09-2023, 200.230.684/04
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2023:3352, Rechtbank Amsterdam, 17-05-2023, C/13/719889 / HA ZA 22-527
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:RBAMS:2023:1789, Rechtbank Amsterdam, 29-03-2023, C/13/718639 / HA ZA 22-460
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Internationaal Privaatrecht
ECLI:NL:RBAMS:2023:6681, Rechtbank Amsterdam, 01-03-2023, 13/716600 / HA ZA 22-332
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 september 2018
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.199.526/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2018:3491