ECLI:NL:GHAMS:2019:2821, Gerechtshof Amsterdam, 30-07-2019, 200.245.567/01 — GHAMS:2019:2821
Samenvatting
Vordering tot betaling van een billijke vergoeding op basis van artikel 7:673 lid 9 aanhef en sub b BW is afgewezen wegens het ontbreken van causaal verband tussen het indienen van een klacht over zijn leidinggevende door werknemer bij werkgever van werknemer en het niet verlengen van de tijdelijke arbeidsovereenkomst. Er is evenmin grond voor immateriële schadevergoeding wegens schending van een zorgplicht of goed werkgeverschap door werkgever.
Betrokken advocaten
mr. J. Jaab te Amsterdam
appellant
mr. A.M. Mucko
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2025:8494, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 22-12-2025, 200.357.527/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2024:147, Gerechtshof Amsterdam, 23-01-2024, 200.323.927/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2023:441, Gerechtshof Amsterdam, 21-02-2023, 200.310.584/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2020:118, Gerechtshof Amsterdam, 21-01-2020, 200.255.226/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
30 juli 2019
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.245.567/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2019:2821