Juristi.nl
ECLI:NL:GHAMS:2019:784Civiel Recht

ECLI:NL:GHAMS:2019:784, Gerechtshof Amsterdam, 05-03-2019, 200.244.305/01 GDW — GHAMS:2019:784

Samenvatting

Klacht tegen een gerechtsdeurwaarder. Klager maakt de gerechtsdeurwaarder (in hoger beroep nog) een vijftal verwijten. De kamer heeft de klacht op één klachtonderdeel (er is beslag gelegd onder één of meer banken zonder dat een gerechtvaardigd vermoeden bestond dat klager daar bankierde) gegrond verklaard en de maatregel van berisping opgelegd. Voor het overige is de klacht ongegrond verklaard. Het hof vernietigt de bestreden beslissing en verklaart de klacht op twee klachtonderdelen gegrond. De gerechtsdeurwaarder heeft volgens het hof voldoende aannemelijk gemaakt dat hij een gerechtvaardigd vermoeden had dat klager bij bank A bankierde. Voor het bankieren bij bank B geldt dit echter niet. Het hof legt de maatregel van waarschuwing op en verklaart de klacht voor het overige ongegrond. Het hof ziet aanleiding om af te zien van een kostenveroordeling.

Betrokken advocaten

mr. N.A. de Leon-van den Berg

appellant

Advocatenkantoor De Leon, UTRECHT

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

5 maart 2019

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

200.244.305/01 GDW

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHAMS:2019:784

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

GHAMS:2026:840
Gerechtshof Amsterdam·24 maart 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:835
Gerechtshof Amsterdam·24 maart 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:833
Gerechtshof Amsterdam·24 maart 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:850
Gerechtshof Amsterdam·24 maart 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:842
Gerechtshof Amsterdam·24 maart 2026
Civiel Recht