ECLI:NL:GHAMS:2023:639, Gerechtshof Amsterdam, 14-03-2023, 200.309.081/01 — GHAMS:2023:639
Samenvatting
Werkgever heeft er niet op mogen vertrouwen dat werknemer met het aangaan van een vaststellingsovereenkomst afstand heeft gedaan van zijn vordering uit hoofde van een WIA-excedentverzekering, omdat (i) min of meer gelijktijdig langs twee sporen over twee verschillende onderwerpen werd gesproken, te weten enerzijds de vaststellingsovereenkomst en anderzijds de WIA-excedentverzekering, (ii) het feit dat de WIA-excedentverzekering werd behandeld door de advocaat van werkgever en de vaststellingsovereenkomst door de Global HR Director van werkgever en (iii) het gegeven dat het in het licht van het minimale wettelijke compensatieniveau van de vaststellingsovereenkomst niet aannemelijk is dat de werknemer zijn aanspraken uit hoofde van de WIA-excedentverzekering heeft willen prijsgeven.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2025:4458, Rechtbank Noord-Holland, 25-04-2025, 11570983 \ AO VERZ 25-27
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:GHAMS:2024:3397, Gerechtshof Amsterdam, 10-12-2024, 200.340.402/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBZWB:2024:5483, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24-07-2024, 11105853 \ VV EXPL 24-27 (E)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHDHA:2024:1013, Gerechtshof Den Haag, 02-07-2024, 200.335.46601
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Arbeidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
14 maart 2023
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.309.081/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2023:639