ECLI:NL:GHAMS:2024:2086, Gerechtshof Amsterdam, 23-07-2024, 200.274.034/01 — GHAMS:2024:2086
Samenvatting
Vermogen van US$ 10 mio, ondergebracht in investeringsfonds. De vennootschap waarin het fonds is ondergebracht wordt geleid door twee personen: een bestuurder (verbonden aan een Nederlands trustkantoor) en een Israëlische aandeelhouder/eigenaar. Beiden hebben jarenlang nauwelijks invulling gegeven aan hun formele rollen in de vennootschap. Zij worden aangestuurd door een derde (een Israëlische advocaat), die handelt in opdracht van de rechthebbenden op het belegde vermogen. De Nederlandse bestuurder raakt in financiële problemen en weet uiteindelijk de aandelen te verkopen aan een Indonesische belegger (appellant). In deze procedure vordert de eerstgenoemde aandeelhouder afgifte van die aandelen. De rechtbank heeft die vordering toegewezen, maar het hof wijst die vordering af. De stellingen bieden onvoldoende grond om te oordelen dat de koper van de aandelen enig verwijt treft.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2025:5689, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 16-09-2025, 200.332.849/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2025:1382, Gerechtshof Amsterdam, 27-05-2025, 200.344.776
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOBR:2024:117, Rechtbank Oost-Brabant, 17-01-2024, C/01/291597 / HA ZA 15-234
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2023:9928, Rechtbank Den Haag, 05-07-2023, C/09/588958 / HA ZA 20-209
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 juli 2024
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.274.034/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:2086