ECLI:NL:GHAMS:2024:2125, Gerechtshof Amsterdam, 30-07-2024, 200.307.738/01 — GHAMS:2024:2125
Samenvatting
Appel tegen vonnis in kg van 28 januari 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:8576 Vrouw had in eerste aanleg (wederom) gevorderd het verbod om een Oostenrijkse woning te verkopen, op te heffen. Man had in reconventie overdracht van de woning aan hem verzocht + executieverbod alimentatiebeschikking + nihilstelling partneralimentatie. De voorzieningenrechter in de rechtbank Amsterdam heeft de vorderingen van zowel de vrouw als de man afgewezen. Hof Amsterdam heft op het vervreemdingsverbod van de Oostenrijkse woning onder de verplichting dat de verkoopopbrengst ervan in depot zal worden gezet en dient te blijven, totdat partijen overeenstemming hebben bereikt over de wijze van verrekening en de vaststelling van de verrekeningsuitkering overeenkomstig het echtscheidingsconvenant. Bekrachtigt het vonnis voor zover gewezen in reconventie.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:3167, Gerechtshof Amsterdam, 02-12-2025, 200.314.744
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2024:2119, Gerechtshof Amsterdam, 30-07-2024, 200.319.943/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2022:7775, Rechtbank Rotterdam, 07-09-2022, C/10/630787 / HA ZA 21-1117
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2021:2425, Gerechtshof Amsterdam, 10-08-2021, 200.259.300/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
30 juli 2024
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.307.738/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:2125