Hof Amsterdam heft publicatieverbod AD over advocatenscandaal op — GHAMS:2024:428
persvrijheid / publicatieverbod / advocatengeheim / kort geding
Eiser / verzoeker
DPG Media B.V. (appellant)
Verweerder / gedaagde
Geïntimeerde advocaat en De Orde van Advocaten in het Arrondissement Amsterdam
Het hof vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter en wijst de vorderingen van de advocaat en de Orde van Advocaten af, waarmee het publicatieverbod en het mededelingenverbod worden opgeheven.
- Het hof vernietigt het door de voorzieningenrechter opgelegde publicatieverbod en de bijbehorende dwangsom van €100.000 per overtreding (max. €1.000.000).
- Voorafgaande publicatieverboden zijn alleen toelaatbaar als de onrechtmatigheid voldoende vaststaat en onherstelbare schade dreigt; het hof oordeelt dat dit hier niet het geval is.
- Het gebruik van vermoedelijk gestolen opnamen met geheimhoudersinformatie weegt mee, maar rechtvaardigt niet een algeheel verbod op publicatie over misstanden van maatschappelijk belang.
- De Orde van Advocaten is op grond van artikel 10a lid 2 Advocatenwet bevoegd op te komen voor belangen van (voormalig) advocaten en de advocatuur in het algemeen.
- Het mededelingenverbod dat de rechtbank had opgelegd wordt eveneens opgeheven.
Samenvatting
Een ingrijpend publicatieverbod dat een Amsterdamse rechtbank oplegde aan het Algemeen Dagblad is door het Gerechtshof Amsterdam herbeoordeeld. De zaak draait om geheime audio-opnamen die vermoedelijk zijn gemaakt door de vader van een advocaat, die jarenlang kantoordirecteur was bij het kantoor waar zijn zoon werkzaam was. Die opnamen zouden vertrouwelijke gesprekken bevatten die vallen onder het wettelijk beroepsgeheim van advocaten.
Het AD publiceerde op 5 januari 2024 een eerste artikel over mogelijke omkoping van een ambtenaar van de Dienst Justitiële Inrichtingen door een advocaat. Kort voor de publicatie werd de krant al gesommeerd te stoppen, maar de hoofdredactie oordeelde dat het maatschappelijk belang zwaar genoeg woog. De Orde van Advocaten en de betrokken advocaat stapten vervolgens naar de rechter om een tweede, geplande publicatie te verhinderen. De voorzieningenrechter wees die vordering toe en legde DPG Media een verbod op, versterkt met een dwangsom van 100.000 euro per overtreding tot een maximum van één miljoen euro.
DPG Media, uitgever van het AD, ging in hoger beroep. Het bedrijf stelde dat het verbod een onaanvaardbare inperking van de persvrijheid vormt. De Nederlandse Vereniging van Journalisten en het Persvrijheidsfonds sloten zich aan bij DPG en wezen op het zogeheten 'chilling effect': het risico dat media uit angst voor verboden en hoge dwangsommen zichzelf gaan censureren. Zij maakten ook bezwaar tegen het feit dat de rechtbankzitting gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond.
Het hof erkende dat publicatieverboden vooraf bijzonder zwaar wegen op de persvrijheid, zoals beschermd door artikel 7 van de Grondwet en artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Toch kan een verbod vooraf gerechtvaardigd zijn als de onrechtmatigheid van een publicatie voldoende vaststaat en er onherstelbare schade dreigt. Het hof moest daarom een zorgvuldige afweging maken tussen enerzijds het recht van de pers om te publiceren over maatschappelijke misstanden, en anderzijds het recht op privacy en het advocatengeheim.
Bij die afweging speelden meerdere factoren een rol. De opnamen bevatten geheimhoudersinformatie en zijn vermoedelijk gestolen. Publicatie zou mogelijk veiligheidsrisico's met zich meebrengen voor de betrokken advocaten en hun directe omgeving. Tegelijkertijd zijn de betrokken advocaten als publieke figuren in zekere mate blootgesteld aan publiciteit, en beoogt het AD met zijn berichtgeving bij te dragen aan het publieke debat over serieuze misstanden.
Het hof heeft het bestreden vonnis van de rechtbank vernietigd en de vorderingen van de advocaat en de Orde van Advocaten alsnog afgewezen. Het eerder opgelegde publicatieverbod en het mededelingenverbod zijn opgeheven, waarmee de weg vrij is voor het AD om het geplande tweede artikel te publiceren.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2024:371, Gerechtshof Amsterdam, 13-02-2024, 200.309.878/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBGEL:2023:6087, Rechtbank Gelderland, 08-11-2023, 411286
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBMNE:2023:2681, Rechtbank Midden-Nederland, 14-06-2023, C/16/539780
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2023:2519, Rechtbank Amsterdam, 08-02-2023, C/13/717893 / HA ZA 22-417
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
29 februari 2024
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.337.422/01
Procedure
Hoger beroep kort geding
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:428