Rechter acht man aansprakelijk voor lastercampagne tegen zakenman — GHAMS:2024:45
onrechtmatige daad / lastercampagne / reputatieschade
Eiser / verzoeker
Geïntimeerde, ondernemer en oprichter van SolidNature en RevealRox
Verweerder / gedaagde
Appellant, voormalig verkoper bij RevealRox
Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank: appellant is aansprakelijk voor de lastercampagne en de zaak wordt verwezen naar een schadestaatprocedure voor vaststelling van de schadevergoeding.
- Heimelijk gemaakte geluidsopnamen bewijzen dat appellant de lastercampagne via fictieve organisatie GABME coördineerde en instructies gaf voor verspreiding
- Het hof acht Nederlands recht van toepassing omdat de kern van de onrechtmatige handeling vanuit Nederland plaatsvond
- Aansprakelijkheid voor schade is vastgesteld; de omvang wordt bepaald in een afzonderlijke schadestaatprocedure
- Het verweer dat een eerdere kort-gedinguitspraak de aansprakelijkheid uitsloot wordt verworpen — die uitspraak betrof slechts een voorlopig oordeel over bewijsbeslag
Samenvatting
Een man die kortstondig als verkoper werkte voor een steengroevenonderneming, is door het Gerechtshof Amsterdam aansprakelijk gehouden voor een uitgebreide lastercampagne tegen de oprichter van dat bedrijf. De campagne begon eind 2017 en omvatte nep-frauderapporten, valse organisaties en gerichte e-mailbombardementen aan klanten, leveranciers en medewerkers.
De man werkte van september tot november 2017 als verkoper voor RevealRox DMCC, een bedrijf dat negen Iraanse steengroeven exploiteert. Kort nadat zijn opdrachtrelatie was beëindigd, begon een gecoördineerde aanvalsgolf. Een zogenoemde organisatie genaamd 'Global Advisory Board Middle East' (GABME) — die achteraf helemaal niet bleek te bestaan — publiceerde een rapport waarin de ondernemer en zijn broer werden beschuldigd van fraude, oplichting, witwassen en banden met de Iraanse overheid. Het rapport bevatte privéadressen, foto's van woningen en auto's, en werd verspreid via een website, Twitter en naar de redactie van het tijdschrift Quote.
Het hof baseert zijn oordeel sterk op heimelijk gemaakte geluidsopnamen van gesprekken tussen de appellant en een bekende. Uit transcripten blijkt dat hij actief betrokken was bij de opzet van de campagne. In een gesprek van 30 november 2017 spreekt hij over het belang dat 'de Alert een eigen leven gaat leiden' en dat iedereen die de naam Googelt op het rapport uitkomt. In latere gesprekken geeft hij gedetailleerde instructies voor het aanmaken van domeinnamen, e-mailaccounts en websites met aftelmechanismen — allemaal gericht op het toeschrijven van de acties aan fictieve personen en organisaties.
De man voerde in hoger beroep aan dat hij niets te maken had met het GABME-rapport en de bijbehorende e-mailcampagnes. Hij wees ook op een uitspraak van een voorzieningenrechter uit 2018, waarin was geoordeeld dat er onvoldoende bewijs was voor een direct verband tussen hem en de verspreiding. Het hof verwerpt dit verweer. De opnamen en transcripten, gecombineerd met de timing van de acties vlak na het einde van zijn dienstverband, zijn voor het hof voldoende overtuigend om aansprakelijkheid aan te nemen.
Een apart geschilpunt was welk recht van toepassing is. De man woont in Nederland, de ondernemer inmiddels in de Verenigde Arabische Emiraten en de schade deed zich in meerdere landen voor. Het hof oordeelt dat Nederlands recht van toepassing is, omdat de kern van de onrechtmatige handeling — het opzetten en coördineren van de campagne — vanuit Nederland plaatsvond.
Het hof bevestigt daarmee het vonnis van de rechtbank Amsterdam uit april 2022. De exacte omvang van de schade staat nog niet vast; daarvoor wordt de zaak verwezen naar een aparte schadestaatprocedure. Het hoger beroep wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd, met verwijzing naar een schadestaatprocedure voor de vaststelling van de concrete schadevergoeding.
Betrokken advocaten
mr. G. Werger
appellant
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2026:16, Gerechtshof Amsterdam, 06-01-2026, 200.339.897
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNNE:2025:5657, Rechtbank Noord-Nederland, 26-11-2025, C/17/190788 / HA ZA 23-172
Rechtbank Noord-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2025:2890, Gerechtshof Amsterdam, 29-10-2025, 200.356.117/01 OK
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Ondernemingsrecht
Rechter wijst vorderingen af in slepend conflict over lastercampagne en €75 miljoen lening
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
9 januari 2024
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.316.112/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2024:45