ECLI:NL:GHAMS:2025:1370, Gerechtshof Amsterdam, 20-05-2025, 200.349.881 — GHAMS:2025:1370
Samenvatting
aan de orde is de vraag of de ondernemer in redelijkheid het besluit heeft kunnen nemen tot instelling van een gemeenschappelijke ondernemingsraad. Het hof beantwoordt deze vraag bevestigend. Het hof is van oordeel dat de ondernemer voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat instelling van deze GEMOR bevorderlijk is voor een goede toepassing van de Wet op de ondernemingsraden in de betrokken ondernemingen. Wetsartikelen: art. 3 lid 1 WOR
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2021:3082, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 12-10-2021, 200.278.684_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:GHDHA:2018:3731, Gerechtshof Den Haag, 18-12-2018, 200.231.570/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBROT:2016:8654, Rechtbank Rotterdam, 07-11-2016, KTN-5371337_07112016
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:GHAMS:2015:1522, Gerechtshof Amsterdam, 21-04-2015, 200.152.785-01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
20 mei 2025
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.349.881
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:1370