Juristi.nl
ECLI:NL:GHAMS:2025:3005Civiel Recht

ECLI:NL:GHAMS:2025:3005, Gerechtshof Amsterdam, 28-10-2025, 200.358.940 — GHAMS:2025:3005

Samenvatting

Hoger beroep tegen tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling. Dit beroep slaagt. Gelet op de bevindingen van de arbeidsdeskundige en diens advies, kan naar het oordeel van het hof van schuldenaar thans niet worden gevergd dat hij in enige mate arbeid in loondienst verricht. De aard van de klachten en de omstandigheid dat deze klachten ook al bestonden ten tijde van de keuringsaanvraag in het kader van de schuldsaneringsregeling en dat, zoals blijkt uit de op 14 augustus 2024 verzonden adviesrapportage, de verzekeringsarts toen had voorgeschreven dat een arbeidsdeskundige aan de hand van de vastgestelde beperkingen de arbeidsmogelijkheden in kaart zou kunnen brengen, maken het aannemelijk dat de situatie die de arbeidsdeskundige in zijn rapport beschrijft reeds bestond ten tijde van de medische keuring. Dit betekent dat schuldenaar ook over de verstreken periode als arbeidsongeschikt moet worden beschouwd. De arbeidsdeskundige acht de belastbaarheid zodanig marginaal dat schuldenaar deze belastbaarheid volledig nodig heeft om zich in te spannen voor herstel en dat daarnaast geen mogelijkheden zijn voor participatie en arbeid. Dit advies van de arbeidsdeskundige wordt ondersteund door de jobcoach van Werkom, die meent dat de sollicitatieverplichting zijn herstel juist zou kunnen belemmeren. De bewindvoerder heeft ter zitting in hoger beroep het voorgaande onderschreven, althans niet bestreden. Dit leidt het hof tot het oordeel dat het niet voldoen aan de arbeidsverplichting van tien uur per week dan wel aan de daaruit voortvloeiende sollicitatieverplichting niet kan worden toegerekend aan schuldenaar. Op grond van het advies van de arbeidsdeskundige om schuldenaar als volledig arbeidsongeschikt te beschouwen en een herbeoordeling te doen na twaalf maanden (in augustus 2026), en de toelichting van de behandelaren van Parnassia dat thans geen prognose kan worden gegeven voor herstel, acht het hof voldoende aannemelijk dat schuldenaar gedurende de resterende looptijd zijn belastbaarheid nodig zal hebben om zich in te spannen voor zijn herstel. In het voorgaande ziet het hof grond schuldenaar volledig vrij te stellen van de sollicitatieverplichting gedurende de resterende duur van de schuldsaneringsregeling die in beginsel loopt tot 30 april 2026 omdat bij vonnis van 3 december 2024 de rechtbank de looptijd heeft verlengd met negen maanden, tegen welke beslissing geen hoger beroep is ingesteld en thans tot uitgangspunt dient. Volgt vernietiging vonnis.

Betrokken advocaten

mr. L.N. Huizenga

appellant

Advocatenkantoor De Binnenstad, AMSTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

28 oktober 2025

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

200.358.940

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHAMS:2025:3005

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

GHAMS:2026:925
Gerechtshof Amsterdam·7 april 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:924
Gerechtshof Amsterdam·31 maart 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:927
Gerechtshof Amsterdam·31 maart 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:926
Gerechtshof Amsterdam·31 maart 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:908
Gerechtshof Amsterdam·31 maart 2026
Civiel Recht