ECLI:NL:GHAMS:2025:3131, Gerechtshof Amsterdam, 04-11-2025, 200.359.525 — GHAMS:2025:3131
Samenvatting
Anders dan de rechtbank is geen sprake van investeringen en/of goodwill op grond waarvan schuldenares jegens de verpachter in redelijkheid aanspraak had kunnen maken op een vergoeding. Derhalve geen sprake van benadeling van de schuldeisers. Dit betekent dat de grieven slagen en dat het hof opnieuw dient te onderzoeken of het verzoek van schuldenares tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling kan worden toegewezen. Op een ondernemer rust op grond van artikel 3:15i van het Burgerlijk Wetboek (BW) een boekhoudplicht, in die zin dat er een zodanige administratie wordt bijgehouden dat daaruit de financiële verplichtingen van de onderneming blijken en op basis waarvan juist en tijdig belastingaangifte kan worden gedaan. Schuldenares heeft niet, althans in onvoldoende mate, aan deze verplichting voldaan. Schuldenares heeft erkend dat zij niet beschikt over een (volledige) administratie van de vermogenstoestand van de onderneming(en) waaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen kunnen worden gekend. Die omstandigheid leidt ertoe dat schuldenares niet aannemelijk heeft kunnen maken dat zij ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van haar schulden waaronder de schuld aan de Belastingdienst van ruim € 300.000,- en de vordering van de aanvrager tot faillissement van schuldenares ad € 16.153,50 (hoofdsom) te goeder trouw is geweest. Het verzoek van schuldenares tot toelating tot de schuldsaneringsregeling is ook in hoger beroep niet toewijsbaar. Volgt bekrachtiging vonnis (op andere gronden).
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2025:9122, Rechtbank Amsterdam, 25-11-2025, 11845070 \ EA VERZ 25-955
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:10811, Rechtbank Rotterdam, 19-08-2025, FT RK 25/1392
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Insolventierecht
ECLI:NL:RBROT:2025:9207, Rechtbank Rotterdam, 22-07-2025, 11623764 VZ VERZ 25-2228
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBAMS:2024:5808, Rechtbank Amsterdam, 06-09-2024, 11036396 CV EXPL 24-3617
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 november 2025
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.359.525
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:3131