ECLI:NL:GHAMS:2025:511, Gerechtshof Amsterdam, 25-02-2025, 200.350.174/01 — GHAMS:2025:511
Samenvatting
Tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350, derde lid, aanhef en sub f Fw houdt geen stand in hoger beroep. Onvoldoende is gebleken van feiten en omstandigheden die reeds bestonden ten tijde van de beslissing tot het van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling en die reden zouden zijn geweest het verzoek af te wijzen als de rechtbank daarmee bekend was geweest. Evenmin ziet het hof aanleiding de tussentijdse beëindiging te gronden op het niet nakomen van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. In de omstandigheden dat schuldenaar - naar eigen zeggen – volledig arbeidsgeschikt is, inmiddels een betaalde baan heeft gevonden, geen nieuwe schulden heeft gemaakt, vrijwillig beschermingsbewind heeft laten instellen, nog onder (psychologische) behandeling is, en de bewindvoerder positief heeft geadviseerd, ziet het hof aanleiding de looptijd van de schuldsaneringsregeling te verlengen met zes maanden. Volgt vernietiging van het vonnis.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNHO:2025:4996, Rechtbank Noord-Holland, 16-04-2025, C/15/363601 / FA RK 25-1624
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:2279, Rechtbank Noord-Holland, 17-02-2025, C/15/361384 / FA RK 25-431
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBNHO:2024:10933, Rechtbank Noord-Holland, 15-10-2024, C/15/357168 / FA RK 24-4876
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:GHAMS:2024:1912, Gerechtshof Amsterdam, 09-07-2024, 200.330.654/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 februari 2025
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.350.174/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:511