ECLI:NL:GHAMS:2025:744, Gerechtshof Amsterdam, 25-03-2025, 200.326.961/01 — GHAMS:2025:744
Samenvatting
Geen sprake van een anterieure (doorlopende) pachtovereenkomst waaraan het huur/pachtbeding in de hypotheekakte geen afbreuk kan doen. Als er ten tijde van de vestiging van de hypotheek in 2001 sprake was van een pachtovereenkomst is deze vanaf het moment dat de pachter in 2002 eigenaar van de verpachte gronden werd door vermenging tenietgegaan. Daarnaast is niet gebleken dat de pachtovereenkomst vervolgens via verpachting aan de eenmanszaak van pachter is voortgezet.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:HR:2025:1899, Hoge Raad, 12-12-2025, 24/03927
Hoge Raad · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:HR:2025:1133, Hoge Raad, 11-07-2025, 24/02603
Hoge Raad · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:HR:2025:727, Hoge Raad, 09-05-2025, 24/01793
Hoge Raad · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:PHR:2024:967, Parket bij de Hoge Raad, 20-09-2024, 23/04246
Parket bij de Hoge Raad · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 maart 2025
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.326.961/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2025:744