ECLI:NL:GHAMS:2026:1, Gerechtshof Amsterdam, 06-01-2026, 200.341.726 — GHAMS:2026:1
Samenvatting
Vordering tot scheiding en deling onroerend goed na echtscheiding. Vrouw vordert verdeling van onroerend goed met verkoop en een gedeelte van de huuropbrengst. Rechtbank stelt een vorm van verdeling vast. De man is het daar niet mee eens, omdat volgens hem een derde (een mede door hem beheerste vennootschap) economisch eigenaar is en ook opgetreden is als verhuurder. Deze derde voegt zich in hoger beroep in de procedure. Beroep van de man wordt afgewezen nu rechtens elk van de deelgenoten een verdeling kan vragen (3:178 BW). Vordering van de vrouw gericht op verdeling van de huuropbrengsten faalt, omdat niet vastgesteld kan worden dat de man deze zelf heeft genoten. Geen vereenzelviging aangenomen
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:1796, Gerechtshof Amsterdam, 15-07-2025, 200.352.117
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2025:285, Gerechtshof Amsterdam, 04-02-2025, 200.341.726/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2024:1770, Rechtbank Rotterdam, 06-03-2024, C/10/673312 / KG ZA 24-110
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2022:14113, Rechtbank Den Haag, 16-11-2022, C/09/633539 / KG ZA 22-723
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 januari 2026
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.341.726
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:1