Juristi.nl
ECLI:NL:GHAMS:2026:185Civiel Recht

ECLI:NL:GHAMS:2026:185, Gerechtshof Amsterdam, 27-01-2026, 200.356.861 — GHAMS:2026:185

Samenvatting

Het hof wijst het verzoek van de werkgever om het einde van de arbeidsovereenkomst te bepalen op grond van verval van de arbeidsplaats zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 1 jo 3 sub a Burgerlijk Wetboek (BW) af. Voldoende aannemelijk is dat de werkgever niet voldaan heeft aan artikel 6a Wet Melding Collectief Ontslag (WMCO) en (subsidiair) is niet voldoende aannemelijk geworden dat de functie van werknemer noodzakelijkerwijs is komen te vervallen. Ook het subsidiaire verzoek om het einde van de arbeidsovereenkomst te bepalen op grond van een verstoorde arbeidsverhouding ex artikel 7:669 lid 1 jo 3 sub g BW wordt afgewezen omdat de arbeidsverhouding met werknemer niet ernstig en duurzaam is verstoord.

Betrokken advocaten

mr. S. Gadellaa

appellant

Gadellaa Advocatuur, BILTHOVEN

mr. D. Ottevanger

appellant

Fiorens Arbeidsrecht, BILTHOVEN

mr. M.J. Keuss

appellant

Lexence, AMSTERDAM

mr. M.M. Rijnen

appellant

Lexence, AMSTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

27 januari 2026

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

200.356.861

Procedure

Hoger beroep

ECLI

ECLI:NL:GHAMS:2026:185

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

GHAMS:2026:840
Gerechtshof Amsterdam·24 maart 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:835
Gerechtshof Amsterdam·24 maart 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:833
Gerechtshof Amsterdam·24 maart 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:850
Gerechtshof Amsterdam·24 maart 2026
Civiel Recht
GHAMS:2026:842
Gerechtshof Amsterdam·24 maart 2026
Civiel Recht