ECLI:NL:GHAMS:2026:542, Gerechtshof Amsterdam, 17-02-2026, 200.363.089 — GHAMS:2026:542
Samenvatting
De rechtbank heeft het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling afgewezen omdat schuldenaar niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan of onbetaald van zijn schulden. In hoger beroep is uit het alsnog overgelegde verslag van de curator met betrekking tot de bevindingen uit het rechtmatigheidsonderzoek gebleken dat de exploitatie van de horecaonderneming – in de vorm van een vof - van schuldenaar en zijn medevennoot vanaf het begin tot aan het faillissement verlieslatend geweest, dat de door de curator gestelde vragen zijn beantwoord en de door schuldenaar en zijn medevennoot afgelegde verklaringen aannemelijk worden geacht. Daarmee is voldoende aannemelijk geworden dat schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van de schulden van de vof, tezamen een bedrag van € 317.805,56, te goeder trouw is geweest. Dat geldt ook met betrekking tot de overige (privé) schulden die een totaalbedrag van € 863,86 behelzen, aangezien die deze schulden zijn ontstaan door een terugval in inkomsten. Schuldenaar dient zich te realiseren dat hij thans in loondienst is van een onderneming die aan hem en/of zijn partner is gelieerd en dat in de wettelijke schuldsaneringsregeling de bewindvoerder en de rechter-commissaris daar (mogelijk) kritisch naar zullen kijken als blijkt dat het salaris dat hij verdient niet marktconform is. Hetzelfde geldt ten aanzien van de aandelen in de onderneming die hij samen met zijn partner bezit indien (de ontwikkeling met betrekking tot) de waarde van die aandelen daartoe aanleiding geeft. Volgt vernietiging bestreden vonnis en alsnog toewijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling. Geen aanleiding voor ambtshalve bepaling van eerdere ingangsdatum.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2026:543, Gerechtshof Amsterdam, 17-02-2026, 200.363.087
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2025:2659, Gerechtshof Amsterdam, 30-09-2025, 200.357.660
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNHO:2025:11244, Rechtbank Noord-Holland, 25-08-2025, C/15/367044
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBNHO:2025:9218, Rechtbank Noord-Holland, 06-08-2025, 11753487 \ KG EXPL 25-84
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
17 februari 2026
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.363.089
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:542