Man steekt ex-vrouws collega driemaal neer: poging doodslag bewezen — GHAMS:2026:883
poging doodslag / voorwaardelijk opzet / strafrecht
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie
Verweerder / gedaagde
Verdachte
Verdachte veroordeeld voor poging tot doodslag; het vonnis van de rechtbank werd vernietigd omdat het hof tot een zwaardere bewezenverklaring (poging doodslag in plaats van zware mishandeling) kwam.
- Het hof verwerpt de lezing van de verdediging dat sprake was van een vechtpartij en een noodweersituatie, en acht de verklaringen van het slachtoffer en de getuige geloofwaardig.
- Het hof oordeelt dat de verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood van het slachtoffer, omdat hij driemaal instak op vitale lichaamsdelen en de aanmerkelijke kans op overlijden bewust heeft aanvaard.
- Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd: het hof komt tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde (poging doodslag) in plaats van een lichtere variant.
- De inhoud van een telefoongesprek van de verdachte na het incident sluit aan bij de verklaringen van het slachtoffer en de getuige, en ondersteunt de bewezenverklaring.
Samenvatting
Een man die op 21 november 2023 zijn ex-vrouw thuis opzocht en daar een collega van haar aantrof, heeft die avond het slachtoffer driemaal met een mes gestoken. Het gerechtshof Amsterdam oordeelde in hoger beroep dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag.
De verdachte betrad de woning van zijn ex-vrouw in Hoorn, waar hij het slachtoffer zittend aan de eettafel aantrof. Na een woordenwisseling werd hij kwaad, haalde een mes uit zijn jaszak, klapte dit open en stormde op het slachtoffer af. Hij stak hem in totaal driemaal: in de rug ter hoogte van het linker schouderblad, in de buik net boven de navel, en in de okselregio. Het slachtoffer probeerde zich nog te verdedigen met een stoel, maar werd toch geraakt. Na de steekpartij wist hij zelf naar het ziekenhuis te rijden.
In het ziekenhuis bleek de schade ernstig. Het slachtoffer had een klaplong opgelopen, een slagaderlijke bloeding in de linker oksel en had ongeveer twee liter bloed verloren. Hij moest een bloedtransfusie ondergaan, werd via een drain behandeld voor de klaplong en onderging een operatie aan de slagaderlijke bloeding. Een forensisch arts omschreef het letsel als 'very severe' — zeer ernstig — en benadrukte dat een open borstwond in het algemeen levensbedreigend is.
De verdachte beweerde in eerste instantie dat hij en het slachtoffer in een vechtpartij waren beland en dat hij in de verwarring een mes had gegrepen om zich te verdedigen. Het hof verwierp dit verhaal. Het baseerde zich op verklaringen van het slachtoffer en een getuige die kort na het incident waren afgelegd, zonder dat zij onderling overleg hadden kunnen voeren. Bovendien paste de inhoud van een telefoongesprek dat de verdachte direct na het incident voerde goed bij de lezing van het slachtoffer en de getuige.
De kern van de juridische discussie draaide om de vraag of de verdachte opzet had op de dood van het slachtoffer. De verdediging erkende dat er zwaar lichamelijk letsel was toegebracht, maar betwistte dat sprake was van (voorwaardelijk) opzet op doden. Het hof dacht daar anders over. Door driemaal met een mes in te steken op de borst, buik en rug — gebieden waar zich vitale organen, slagaders en zenuwen bevinden — heeft de verdachte de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer bewust op de koop toe genomen. Dat die risico's kleven aan steken in dit deel van het lichaam, is immers algemeen bekend. Daarmee was volgens het hof sprake van voorwaardelijk opzet op doodslag.
De rechtbank Noord-Holland had in eerste aanleg in oktober 2024 anders geoordeeld, maar het hof vernietigde dat vonnis. Het hof verklaarde poging tot doodslag bewezen en veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van zes jaar.
Betrokken advocaten
niet vermeld
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2025:1792, Gerechtshof Amsterdam, 10-07-2025, K24/230405
Gerechtshof Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:GHAMS:2023:1763, Gerechtshof Amsterdam, 18-07-2023, 23-003251-22
Gerechtshof Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:GHAMS:2018:1537, Gerechtshof Amsterdam, 23-03-2018, 23-000705-17
Gerechtshof Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:GHAMS:2018:866, Gerechtshof Amsterdam, 02-03-2018, 23-000879-16
Gerechtshof Amsterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
31 maart 2026
Instantie
Gerechtshof AmsterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
23-002602-24
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHAMS:2026:883
Investeer in obligaties met hypothecaire zekerheden
- 6% vast rendement
- Stevige zekerheden
- Kwartaalbetalingen
- Vanaf €30.000
Beleggen brengt risico's met zich mee. U kunt uw inleg verliezen.