ECLI:NL:GHARL:2018:1000, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30-01-2018, 200.210.319/01 — GHARL:2018:1000
Samenvatting
Memorie van grieven niet genomen, ook niet na laatste uitstel (ambtshalve peremptoir). Hierdoor is het recht om van grieven te dienen, vervallen. Appellant heeft op de laatste dag wel om uitstel wegens klemmende redenen gevraagd. Dit eenzijdige verzoek is echter na het tijdstip van de rolzitting ingediend, zodat het hof daar aan voorbij gaat. Indien het verzoek wel tijdig zou zijn ingediend, zou het zijn afgewezen. Op grond van wat partijen over en weer hebben aangevoerd, acht het hof niet aannemelijk dat appellant er op mocht vertrouwen dat geïntimeerde wel zou instemmen met nader uitstel voor de memorie van grieven. Appellant had er op moeten anticiperen dat de onderhandelingen mogelijk niet tot een schikking zouden leiden door alvast met de memorie van grieven aan de slag te gaan. Het beroep is verworpen en appellant is in de proceskosten verwezen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2024:10725, Rechtbank Rotterdam, 30-10-2024, C/10/526115 / HA ZA 17-440
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2024:584, Gerechtshof Amsterdam, 12-03-2024, 200.304.122/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2024:8266, Rechtbank Rotterdam, 17-01-2024, C/10/526115 / HA ZA 17-440
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:RBROT:2023:13081, Rechtbank Rotterdam, 20-12-2023, C/10/632146 / HA ZA 22-67
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 januari 2018
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.210.319/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2018:1000