ECLI:NL:GHARL:2019:5576, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-07-2019, 200.255.314/01 — GHARL:2019:5576
Samenvatting
Werknemer komt op tegen ontbinding van de arbeidsovereenkomst, gegrond op een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding, en verzoekt herstel van de arbeidsovereenkomst. Ook het hof is van oordeel dat een voortzetting van het dienstverband redelijkerwijs niet meer mogelijk was. Dat werknemer een andere visie is toegedaan onderstreept veeleer hoe verschillend partijen hun samenwerking beleefden en wat daarin werkbaar en acceptabel was. Anders dan werknemer stelt, heeft werkgever voldoende gedaan voor herstel van de verhoudingen. De in hoger beroep gestelde verboden prijsafspraken bij werkgever en werknemers weerstand daartegen als werkelijke reden voor het ontslag mist iedere feitelijke onderbouwing en ontbeert iedere relatie met de ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie. Evenmin reden voor de subsidiair verzochte billijke vergoeding. Werkgever heeft niet ernstig verwijtbaar gehandeld. Overigens is de verzochte billijke vergoeding niet onderbouwd zodat dat gebrek aan onderbouwing zelfstandig aan een toekenning van een billijke vergoeding in de weg zou staan.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBGEL:2024:1216, Rechtbank Gelderland, 06-03-2024, 431810
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOVE:2022:1335, Rechtbank Overijssel, 04-05-2022, C/08/235660 / HA ZA 19-347
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBOVE:2021:878, Rechtbank Overijssel, 03-02-2021, C/08/222497 / HA RK 18-122
Rechtbank Overijssel · Civiel Recht
ECLI:NL:RBNNE:2020:3361, Rechtbank Noord-Nederland, 05-10-2020, LEE 20/839 en LEE 20/857
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 juli 2019
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.255.314/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2019:5576