ECLI:NL:GHARL:2021:1996, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-03-2021, 200.284.827/01 — GHARL:2021:1996
Samenvatting
Na het ongebruikt verstrijken van de reguliere termijnen voor het indienen van de memorie van grieven (6 + 4 weken) is akte van niet-dienen verleend. Appellant maakt hier bezwaar tegen en voert aan dat uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat een laatste termijn van twee weken moet worden toegestaan. De rolraadsheer heeft dit bezwaar afgewezen en het hof deelt die visie. De rechtspraak waar de advocaat van appellant naar verwijst, heeft betrekking op een pilotreglement dat aanmerkelijk afweek van het landelijke procesreglement. Van een klemmende reden om alsnog uitstel te verlenen, is het hof niet gebleken. De advocaat heeft aangevoerd dat het "door omstandigheden" niet is gelukt om de memorie van grieven tijdig in te dienen, maar dat is te vaag. Het hoger beroep van appellant is niet-ontvankelijk verklaard.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:261, Raad van State, 16-01-2026, 202506103/1/A2
Raad van State · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:7392, Rechtbank Overijssel, 17-12-2025, ak_24_4302 en 24_4411
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:7509, Rechtbank Overijssel, 15-12-2025, ak_25_3409
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBOVE:2025:6215, Rechtbank Overijssel, 24-10-2025, ak_25_1446
Rechtbank Overijssel · Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 maart 2021
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.284.827/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2021:1996