ECLI:NL:GHARL:2022:8502, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 04-10-2022, 200.300.733/01 — GHARL:2022:8502
Samenvatting
In deze zaak staan twee juridische vragen centraal: (1) Is een tijdens het faillissement van de erfpachter opeisbaar geworden canon een boedelschuld? (2) Heeft de grondeigenaar tijdens dat faillissement, maar voorafgaand aan het einde van de erfpacht, een retentierecht op wat de erfpachter heeft afgebroken, totdat de door haar verschuldigde canon is betaald? Het hof beantwoordt beide vragen ontkennend.
Betrokken advocaten
mr. R.D. Vriesendorp
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2024:11225, Rechtbank Rotterdam, 09-10-2024, C/10/681273 / HA ZA 24-548
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2024:506, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20-02-2024, 200.316.171_01 H ( afwijzing)
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:GHSHE:2024:83, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16-01-2024, 200.316.171_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2023:7196, Rechtbank Gelderland, 11-10-2023, C/05/423623 / KG ZA 23-292
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
4 oktober 2022
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.300.733/01
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2022:8502