ECLI:NL:GHARL:2024:4812, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 23-07-2024, 200.340.525/01 — GHARL:2024:4812
Samenvatting
Bank, met hypotheekrecht, vordert in kortgeding verbod op het (verder) uitoefenen van een retentierecht op een onroerende zaak. Volgens de bank claimt de aannemer met het retentierecht ten onrechte een bevoorrechte schuldpositie en dat raakt haar positie in een mogelijk te straten WHOA-traject nadelig. De voorzieningenrechter heeft de vordering van de bank toegewezen. Het hof wijst de vordering af, omdat de bank geen spoedeisend belang meer heeft bij de vordering en ten tijde van het vonnis van de voorzieningenrechter ook niet had.
Betrokken advocaten
mr. K. Heemrood-van Dijk
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2026:179, Rechtbank Noord-Nederland, 26-01-2026, C/17/203253 / KG ZA 25-257
Rechtbank Noord-Nederland · Civiel Recht
ECLI:NL:GHARL:2025:7696, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 02-12-2025, 200.328.360/01 en 200.337.730/01
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2025:7385, Rechtbank Rotterdam, 18-06-2025, C/10/687297 / HA ZA 24-875
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBGEL:2025:4531, Rechtbank Gelderland, 11-06-2025, 433224
Rechtbank Gelderland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 juli 2024
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.340.525/01
Procedure
Hoger beroep kort geding
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:4812