ECLI:NL:GHARL:2024:5293, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 20-08-2024, 200.339.779/01 — GHARL:2024:5293
Samenvatting
De bevoegdheidsverdeling tussen Unierechters en nationale rechters brengt mee dat het hof in het kader van een voorlopige voorziening dient uit te gaan van de geldigheid van het Uniebesluit waarop eiseres haar verbod baseert. Het belang van eiseres bij handhaving van marktbescherming weegt zwaarder dan het belang van gedaagde om voor afloop van de marktbescherming met een generiek geneesmiddel op de markt te komen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2023:6536, Rechtbank Amsterdam, 19-10-2023, C/13/739521 / KG ZA 23-838 HH/MV
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHSHE:2023:2405, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 20-07-2023, 200.328.002_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Insolventierecht
ECLI:NL:RBAMS:2023:2480, Rechtbank Amsterdam, 19-04-2023, C/13/715078 / HA ZA 22-221
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2023:572, Rechtbank Amsterdam, 22-02-2023, C/13/722205 / HA ZA 22-684
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
20 augustus 2024
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
200.339.779/01
Procedure
Hoger beroep kort geding
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:5293