ECLI:NL:GHARL:2024:950, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 08-02-2024, 000388-23 — GHARL:2024:950
Samenvatting
Beschikking op grond van art. 530 Sv. Het hof matigt de vergoeding voor rechtsbijstand. De door de advocaten in rekening gebrachte uren en de werkzaamheden waarvoor vergoeding wordt gevraagd zijn als bovenmatig aan te merken. Dit gelet op de aard, de omvang, de complexiteit en het verloop van de strafzaak, maar ook in vergelijking met de declaratie van de advocaat van een voormalige medeverdachte van verzoekster.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOVE:2025:6117, Rechtbank Overijssel, 16-10-2025, 81.287502.20
Rechtbank Overijssel · Strafrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:10559, Rechtbank Rotterdam, 02-06-2025, ROT 24/4825
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
ECLI:NL:GHDHA:2025:410, Gerechtshof Den Haag, 20-03-2025, K22/220530
Gerechtshof Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:CBB:2024:371, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 28-05-2024, 22/847
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
8 februari 2024
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
000388-23
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2024:950