ECLI:NL:GHARL:2025:1642, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 21-03-2025, 21-003927-22 — GHARL:2025:1642
Samenvatting
Vernietiging van het vonnis waarvan beroep. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontucht met zijn kleindochter, die destijds vijf jaar oud was, door haar zijn geslachtsdeel te laten aanraken. Het hof is van oordeel dat sprake is van een bewust verrichte ontuchtige handeling. Onder de genoemde feiten en omstandigheden is geen sprake van hooguit (niet strafbaar) grensoverschrijdend gedrag, zoals door de verdediging ter zitting is betoogd. De verdachte heeft opzet gehad op het plegen van een ontuchtige handeling en het hof acht daarmee bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Het hof legt een gevangenisstraf voor de duur van 93 dagen met aftrek van het voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en een taakstraf voor de duur van 140 uren op.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2026:78, Rechtbank Noord-Nederland, 12-01-2026, 153177 / 25-1903
Rechtbank Noord-Nederland · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:5027, Rechtbank Noord-Nederland, 11-12-2025, 18.003920.25
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2025:5015, Rechtbank Noord-Nederland, 03-12-2025, LEE 23/4291
Rechtbank Noord-Nederland · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23215, Rechtbank Den Haag, 07-11-2025, C/09/689410 / FA RK 25-5807
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
21 maart 2025
Instantie
Gerechtshof Arnhem-LeeuwardenRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
21-003927-22
Procedure
Hoger beroep
ECLI
ECLI:NL:GHARL:2025:1642